Learn Dutch
C2 · Verbs

Aansporen tot en uitnodigen tot

Urging, inviting and pressing someone to act.

  1. De raad heeft de bewoners tot deelname aan de hoorzitting ___. (aansporen)
  2. De woonlastcommissie heeft de bewoners tot medewerking ___. (uitnodigen)
  3. De commissie heeft de bewoners tot medewerking bij het onderzoek ___. (oproepen)
  4. De oude brief vermeldt, dat de raad de belastingplichtigen tot betaling van de som heeft ___. (verzoeken)
  5. De raad heeft de bewoners erop ___ de nieuwe tarieven te betalen. (aandringen op)
  6. De minister heeft de bewoners erop ___ de oude stukken in te dienen. (aandringen op)
  7. De belastingdienst heeft de belastingplichtigen tot het indienen van een bezwaarschrift ___. (uitnodigen)
  8. De oude akte vermeldt, dat de getuigen tot getuigenis werden ___. (oproepen)
  9. De woonlastcommissie heeft de raad tot herziening van de cijfers ___. (aansporen)
  10. De oude briefschrijver heeft de schuldenaar tot betaling van de som ___. (verzoeken)
  11. De raad heeft de bewoners tot de komst naar de hoorzitting ___. (uitnodigen)
  12. De woonlastcommissie heeft de bewoners ertoe ___ de cijfers te controleren. (aansporen)