Learn Dutch
C2 · Verbs

Kennis nemen van

The fixed phrase kennis nemen van in every tense.

  1. De woonlastcommissie moet kennis ___ van de oude cijfers. (nemen)
  2. De raad nam kennis ___ van de oude klachten. (nemen)
  3. De belastingdienst heeft kennis ___ van de oude belastingvorderingen. (nemen)
  4. De commissie zal kennis ___ van de oude dossiers. (nemen)
  5. De oude brief vermeldt, dat de schout kennis ___ van de oude beschuldigingen. (nemen)
  6. De woonlastcommissie had kennis ___ van de oude tarieven. (nemen)
  7. De raad moet kennis ___ van de veranderingen in de oude reglementering. (nemen)
  8. Het college nam kennis ___ van de oude bezwaren. (nemen)
  9. De belastingplichtige moet kennis ___ van de oude aanslag. (nemen)
  10. De raadscommissie heeft kennis ___ van de feiten. (nemen)
  11. De oude akte vermeldt, dat de erfpachter kennis ___ van de voorwaarden. (nemen)
  12. De getuige moet kennis ___ van de nieuwe bepalingen. (nemen)