Learn Dutch
C2 · Verbs

Richting geven aan

Giving direction to a course of action, a formal phrase.

  1. De raad moet richting ___ aan het oude beleid. (geven)
  2. De woonlastcommissie moet richting ___ aan de oude belastingvorderingen. (geven)
  3. De minister ___ richting aan de nieuwe tarieven. (geven)
  4. Het college heeft richting ___ aan de oude bezuiniging. (geven)
  5. De oude brief vermeldt, dat de schout richting ___ aan de oude politie. (geven)
  6. De woonlastcommissie moet richting ___ aan het nieuwe onderzoek. (geven)
  7. De belastingdienst heeft richting ___ aan de oude fouten. (geven)
  8. De commissie ___ richting aan de oude procedure. (geven)
  9. De oude akte vermeldt, dat de graaf richting ___ aan het beheer van de oude landgoederen. (geven)
  10. De raad moet richting ___ aan de oude klachten. (geven)
  11. De oude briefschrijver ___ richting aan de belastingheffing. (geven)
  12. De woonlastcommissie moet richting ___ aan de oude lasten. (geven)