Learn Dutch
C2 · Verbs

Zich houden aan

Complying with rules, terms and agreements.

  1. De belastingplichtige moet zich ___ aan de termijn. (houden)
  2. De raad ___ zich aan de afspraken over de oude tarieven. (houden)
  3. De woonlastcommissie heeft zich niet ___ aan de voorschriften. (houden)
  4. De oude brief vermeldt, dat de schout zich ___ aan de oude instructie. (houden)
  5. Het college moet zich ___ aan de oude reglementering. (houden)
  6. De belastingdienst ___ zich aan de wettelijke termijnen. (houden)
  7. De oude akte vermeldt, dat de erfpachter zich had ___ aan de voorwaarden. (houden)
  8. De getuige moet zich ___ aan de oude afspraak. (houden)
  9. De raad zal zich ___ aan de gemaakte afspraken. (houden)
  10. De woonlastcommissie ___ zich aan de afspraken over de oude stukken. (houden)
  11. De oude briefschrijver heeft zich niet ___ aan de belastingplicht. (houden)
  12. De raadscommissie moet zich ___ aan de oude werkwijze. (houden)