Learn Dutch
C2 · Verbs

Zich bemoeien met

Interfering in matters that are not one's own.

  1. De raad ___ zich niet met de oude belastingzaken. (bemoeien)
  2. De belastingplichtige ___ zich met de oude stukken. (bemoeien)
  3. De woonlastcommissie ___ zich niet met de oude dossiers. (bemoeien)
  4. De oude brief vermeldt, dat de schout zich met de oude beschuldigingen ___. (bemoeien)
  5. Het college ___ zich met de oude tarieven. (bemoeien)
  6. De getuige ___ zich met de oude getuigenissen. (bemoeien)
  7. De oude akte vermeldt, dat de graaf zich met het beheer van de landgoederen ___. (bemoeien)
  8. De raad heeft zich met de oude zaken ___. (bemoeien)
  9. De belastingdienst ___ zich niet met de oude klachten. (bemoeien)
  10. De raadscommissie ___ zich met de oude stukken. (bemoeien)
  11. De oude briefschrijver ___ zich met de belastingheffing. (bemoeien)
  12. De minister zal zich met de oude regeling ___. (bemoeien)