Learn Dutch
C2 · Verbs

Verb clusters & double infinitives

Infinitive instead of participle, three-verb clusters, perfect infinitives.

  1. Hij zegt dat hij de brief niet heeft ___ lezen. (durven)
  2. We hebben de monteur al drie keer ___ komen. (laten)
  3. Ze zou het rapport vóór vrijdag ___ moeten hebben. (afronden)
  4. Ik had het eerlijk gezegd nooit ___ aankomen. (zien)
  5. In al die jaren heb ik haar nooit ___ zingen. (horen)
  6. Na de toespraak is iedereen weer ___ zitten. (gaan)
  7. Het lijkt erop dat de dader via het dak ___ is. (ontsnappen)
  8. Ze heeft haar zoon vorige maand ___ verhuizen. (helpen)
  9. Ondanks de regen is hij bij het monument ___ staan. (blijven)
  10. Bedankt voor de bloemen, maar dat had echt niet ___! (hoeven)
  11. De nieuwe regels hadden al in 2020 ___ moeten worden. (invoeren)
  12. Ze bleek de hele nacht ___ te hebben. (doorwerken)