C2 · Verbs
Hearsay & inference with perfect infinitives
Zou, moet, schijnt and blijkt with a perfect infinitive: participles and clusters.
- Volgens ingewijden zou de minister al in maart zijn ___. (aftreden)
- Hij moet het geld uit de kas hebben ___. (nemen)
- De verdachte zou het slachtoffer eerder al ___ hebben. (bedreigen)
- Ze schijnt in haar jeugd in Parijs te hebben ___. (wonen)
- Het schilderij blijkt in de oorlog te zijn ___. (roven)
- Hij zou het contract hebben ___ tekenen, maar hij weigerde. (moeten)
- De directeur moet ervan op de hoogte zijn ___. (stellen)
- Zonder jouw hulp zou ik het nooit hebben ___ volhouden. (kunnen)
- Het huis moet jarenlang leeg hebben ___. (staan)
- De brand zou door een defecte koelkast zijn ___. (veroorzaken)
- Hij ontkent ooit lid te zijn ___ van die vereniging. (zijn)
- De vermiste klimmers moeten in de storm zijn ___. (omkomen)