Learn Dutch
C2 · Verbs

Separable or not? Prefix verbs in the perfect

Look-alike verbs with door-, over-, onder- and voor- that split or don't.

  1. Om negen uur was de zon al ___. (ondergaan)
  2. De patiënt heeft de zware behandeling moedig ___. (ondergaan)
  3. Met betere controles had de ramp ___ kunnen worden. (voorkomen)
  4. Zo'n fout is in twintig jaar nog nooit ___. (voorkomen)
  5. De advocaat heeft alle relevante stukken aan de rechter ___. (overleggen)
  6. Ik heb er uitgebreid met mijn collega's over ___. (overleggen)
  7. Ze heeft de opleiding in recordtijd ___. (doorlopen)
  8. Ondanks de blessure is hij gewoon tot de finish ___. (doorlopen)
  9. Hij had zijn rekening met tweeduizend euro ___. (overtrekken)
  10. Het kind heeft de tekening op doorschijnend papier ___. (overtrekken)
  11. De demonstranten hebben de politieafzetting ___. (doorbreken)
  12. Na dagen van regen is de zon eindelijk ___. (doorbreken)