C2 · Verbs
Rare strong verbs
Literary strong past tenses and participles, and look-alike verbs.
- De oude zeeman ___ elke avond een pijp te roken. (plegen)
- In den beginne ___ God de hemel en de aarde. (scheppen)
- De arbeider ___ de hele dag zand in de kruiwagen. (scheppen)
- Na de lawine werden drie skiërs onder de sneeuw ___. (bedelven)
- Door de hitte was het vlees binnen een dag ___. (bederven)
- De storm ___ het kleine schip in een oogwenk. (verzwelgen)
- Jarenlang ___ hij zonder vaste woonplaats door Europa. (zwerven)
- De partij ___ in één jaar drieduizend nieuwe leden. (werven)
- De criticus ___ het debuut de hemel in. (prijzen)
- De moord op zijn broer werd bloedig ___. (wreken)
- Drie bureaus ___ mee naar de opdracht. (dingen)
- De koning ___ het glas op het welzijn van zijn gasten. (heffen)