Learn Dutch
C2 · Verbs

Subjunctive & fixed wishes

The aanvoegende wijs in wishes, recipes, instructions and set phrases.

  1. Lang ___ de koning! (leven)
  2. Men ___ twee eetlepels bloem en roere tot een glad beslag. (nemen)
  3. We hebben verloren. Het ___ zo. (zijn)
  4. Ik was graag gekomen, ___ het niet dat ik al een andere afspraak had. (zijn)
  5. God ___ Nederland en zijn bewoners. (zegenen)
  6. Uw wil ___, op aarde zoals in de hemel. (geschieden)
  7. Het voorstel werd aangenomen, ___ het met de kleinst mogelijke meerderheid. (zijn)
  8. Men ___ erop dat de oven goed is voorverwarmd. (letten)
  9. Bedankt voor alles, en het ___ je goed! (gaan)
  10. Hij ___ in vrede. (rusten)
  11. De club wil die spits binnenhalen, ___ wat het kost. (kosten)
  12. Men ___ zich bij het secretariaat te melden. (gelieven)