Learn Dutch
A1 · Lesson 26 · Home, tech & days out

Household chores

Talk about cleaning, tidying and who does what at home.

Grammar

Moeten + infinitive, and opruimen

  • Moeten (must / have to) is the verb in second place; the other verb goes to the end as an infinitive: Ik moet nog stofzuigen. Wij moeten de keuken schoonmaken.
  • Nog adds “still / yet to do”: Ik moet nog strijken. = I still have to do the ironing.
  • Opruimen (to tidy up) is separable: the op goes to the end: Ik ruim mijn kamer op. After moeten it stays together: Ik moet mijn kamer opruimen.
  • Stofzuigen is not separable: Ik stofzuig elke week. Schoonmaken is: Ik maak de badkamer schoon.
verbpresentwith moeten
opruimenIk ruim mijn kamer op.Ik moet mijn kamer opruimen.
schoonmakenIk maak de keuken schoon.Ik moet de keuken schoonmaken.
stofzuigenIk stofzuig de woonkamer.Ik moet de woonkamer stofzuigen.
Vocabulary

12 new words

  • schoonmaken
    to clean
  • opruimen
    to tidy up
  • stofzuigen
    to vacuum
  • de was doen
    to do the laundry
  • strijken
    to iron
  • dweilen
    to mop (the floor)
  • afstoffen
    to dust
  • het huishouden
    housework / household
  • de vaatwasser
    dishwasher
  • de prullenbak
    rubbish bin / wastebasket
  • de bezem
    broom
  • de stofzuiger
    vacuum cleaner