A1 · Lesson 52 · Fun & free time
On the farm
Visit a farm: the animals, the farmer and saying what there is.
Grammar
Er is / er zijn
- Er is + one thing = there is: Er is een ezel.
- Er zijn + plural = there are: Er zijn tien koeien.
- Questions: Is er een stal? Hoeveel geiten zijn er?
- Negative with geen: Er is geen trekker. Er zijn geen varkens.
- Some farm words have plurals in -eren: het kalf → de kalveren, het lam → de lammeren, het ei → de eieren.
| one | more | |
|---|---|---|
| + | Er is een geit. | Er zijn twee geiten. |
| ? | Is er een geit? | Zijn er geiten? |
| – | Er is geen geit. | Er zijn geen geiten. |
Vocabulary
12 new words
- de boerderijfarm
- de boerfarmer
- de boerinfarmer (woman) / farmer's wife
- de haanrooster / cockerel
- de geitgoat
- de ezeldonkey
- het kalfcalf
- het lamlamb
- de stalcowshed / stable
- de weimeadow / field (for animals)
- de trekkertractor
- melkento milk