Learn Dutch
A1 · Lesson 28 · Home, tech & days out

Shapes, sizes & materials

Describe what things look like and what they're made of — and compare sizes.

Grammar

Houten, glazen… and groter dan

  • Material adjectives usually end in -en: hout → een houten tafel, glas → een glazen fles, papier → een papieren zak, metaal → een metalen doos. They never get an extra -e.
  • Plastic doesn't change: een plastic tas. You can always say van + material too: De tafel is van hout.
  • Compare with -er + dan: groot → groter dan, breed → breder dan, dik → dikker dan, dun → dunner dan, smal → smaller dan.
  • Before a noun the shape/size adjective gets -e as usual: een ronde tafel, een dikke trui, but een rond bord (het-word with een).
materialadjectiveexample
het houthouteneen houten stoel
het glasglazeneen glazen fles
het papierpapiereneen papieren zak
het metaalmetaleneen metalen doos
het plasticplasticeen plastic tas
Vocabulary

12 new words

  • rond
    round
  • vierkant
    square
  • plat
    flat
  • breed
    wide / broad
  • smal
    narrow
  • dik
    thick / fat
  • dun
    thin
  • het hout
    wood
  • het glas
    glass (material)
  • het plastic
    plastic
  • het metaal
    metal
  • het papier
    paper