Learn Dutch
A2 · Lesson 111 · On the road & in the air

The car & driving

Talk about driving, parking, filling up and traffic jams.

Grammar

Mogen, moeten, kunnen

  • mogen = to be allowed to: Hier mag je twee uur parkeren. niet mogen = must not: Je mag hier niet parkeren.
  • moeten = must / have to: Ik moet nog tanken.
  • kunnen = can / be able to: Ik kan nergens parkeren.
  • The modal comes second and the infinitive goes to the end: Hier mag je niet harder dan 30 rijden.
  • Careful: English “must not” is niet mogen, not niet moeten.
ik / jijwij / jullie / zij
mogenmag / magmogen
moetenmoet / moetmoeten
kunnenkan / kunt (kan)kunnen
Vocabulary

12 new words

  • het rijbewijs
    driving licence
  • de rijles
    driving lesson
  • tanken
    to fill up (with fuel)
  • de benzine
    petrol
  • het tankstation
    petrol station
  • parkeren
    to park
  • de parkeerplaats
    parking space / car park
  • de snelweg
    motorway
  • de file
    traffic jam
  • de snelheid
    speed
  • de afslag
    exit (on a motorway)
  • het verkeer
    traffic