Learn Dutch
A2 · Lesson 109 · Home & garden

In the garden

Talk about gardening: sowing, weeding, mowing and watering.

Grammar

Er is, er zijn & er + verb

  • Er is + singular and er zijn + plural mean “there is / there are”: Er is een vijver in de tuin. Er zijn veel bloemen.
  • Dutch often uses a position verb instead of zijn: Er staan twee bomen in de tuin. Er ligt een gieter op het gras.
  • Other verbs work too: Er groeit veel onkruid. Er zit een vogel in de heg. The verb agrees with what comes after it: er groeit (one thing), er groeien (several).
  • In questions, or when another word comes first, er follows the verb: Zijn er nog tomaten? In de lente groeien er overal bloemen.
singularplural
Er staat een boom.Er staan twee bomen.
Er groeit onkruid.Er groeien bloemen.
Is er een gieter?Zijn er nog tomaten?
Vocabulary

12 new words

  • tuinieren
    to garden
  • zaaien
    to sow
  • planten
    to plant
  • het onkruid
    weeds
  • wieden
    to weed
  • de gieter
    watering can
  • water geven
    to water
  • de grasmaaier
    lawnmower
  • maaien
    to mow
  • de struik
    bush / shrub
  • de heg
    hedge
  • groeien
    to grow