A2 · Lesson 73 · De or het?
Common het-words (1)
Everyday het-words that follow no rule — and tricks to remember them.
Grammar
Remembering het-words
- Always learn a noun with its article: not bed, but het bed.
- Het-words take dit / dat (this / that); de-words take deze / die: dit mes, die tafel.
- After een or geen, an adjective before a singular het-word gets no -e: een groot huis, but een grote tafel.
- The relative pronoun is dat for het-words and die for de-words: het paard dat daar staat, de hond die daar loopt.
| de-word | het-word | |
|---|---|---|
| the | de tafel | het bed |
| this / that | deze / die tafel | dit / dat bed |
| a + adjective | een grote tafel | een groot bed |
| relative | de tafel die… | het bed dat… |
Vocabulary
12 new words
- het bedbed
- het mesknife
- het bordplate
- het jaaryear
- het landcountry
- het dakroof
- het woordword
- het paardhorse
- het hartheart
- het dieranimal
- het lichtlight
- het vleesmeat
Read more