A2 · Lesson 119 · Health & care
Sports injuries
Say what happened when you got hurt, and talk about treatment and recovery.
Grammar
Perfect: zijn or hebben?
- Most verbs form the perfect with hebben: Ik heb mijn enkel verstuikt. Ze heeft haar pols gebroken.
- Verbs that describe a change of place or state take zijn: Ik ben gevallen. Hij is uitgegleden. Mijn knie is opgezwollen.
- Movement verbs like lopen, fietsen, rennen usually take zijn with a destination and hebben without one: Ik ben naar huis gelopen. Ik heb een uur gelopen.
- Watch the irregular participles: vallen → gevallen, breken → gebroken, uitglijden → uitgegleden, opzwellen → opgezwollen.
| hebben | zijn |
|---|---|
| Ik heb mijn enkel verstuikt. | Ik ben gevallen. |
| Ze heeft haar pols gebroken. | Hij is uitgegleden. |
| Ik heb een uur gefietst. | Ik ben naar het ziekenhuis gefietst. |
Vocabulary
12 new words
- de enkelankle
- de knieknee
- de polswrist
- verstuikento sprain
- de breukfracture
- uitglijdento slip
- opzwellento swell (up)
- de kneuzingbruise / contusion
- de fysiotherapeutphysiotherapist
- de krukcrutch
- het gipsplaster cast
- koelento cool (with ice)