A2 · Lesson 82 · Going out
Last weekend
Tell someone what you did at the weekend.
Grammar
Perfect tense with separable verbs
- For the weekend story, use the perfect: hebben or zijn + participle. Verbs of movement towards a place or change take zijn: We zijn uitgegaan. Most others take hebben: Ik heb uitgeslapen.
- With separable verbs, ge- goes between the prefix and the verb: uitslapen → uitgeslapen, uitgaan → uitgegaan, uitrusten → uitgerust.
- Parts of the day join the day into one word: zaterdagochtend, zondagmiddag, vrijdagavond. Last weekend = afgelopen weekend or vorig weekend.
- Starting with a time word? The verb comes second, then the subject: Zaterdagochtend heb ik uitgeslapen.
| infinitive | perfect |
|---|---|
| uitslapen | ik heb uitgeslapen |
| uitrusten | ik heb uitgerust |
| uitgaan | we zijn uitgegaan |
| op bezoek gaan | we zijn op bezoek gegaan |
Vocabulary
12 new words
- uitslapento sleep in
- uitgaanto go out (at night)
- uitrustento rest
- op bezoek gaanto go and visit
- het terras(café) terrace
- de marktmarket
- lekker weernice weather
- drukbusy
- rustigquiet / calm
- afgelopenlast / past
- de zaterdagochtendSaturday morning
- de zondagmiddagSunday afternoon
Read more