B1 · Lesson 140 · Communicating well
Meetings & discussions
Make proposals, give your view and agree or disagree politely.
Grammar
Agreeing and disagreeing
- Het eens zijn met = to agree with. Het is fixed and never changes: Ik ben het met je eens. Ik ben het niet met u eens.
- With a thing or idea, met + dat becomes daar … mee (or er … mee): Daar ben ik het (niet) mee eens. Ik ben het er helemaal mee eens. Never met dat.
- Het oneens zijn met = to disagree with: Ik ben het oneens met dit voorstel. Softer: Ik zie het anders.
- Other useful phrases: Dat klopt. (That's right.) Volgens mij… (In my view…) Ik stel voor dat… (I suggest that…, verb to the end).
| agree | disagree |
|---|---|
| Daar ben ik het mee eens. | Daar ben ik het niet mee eens. |
| Ik ben het met je eens. | Ik ben het niet met je eens. |
| Dat klopt. | Ik zie het anders. |
| Goed idee! | Ik ben het oneens met dit voorstel. |
Vocabulary
12 new words
- het voorstelproposal / suggestion
- voorstellento propose / suggest
- de agendaagenda
- het besluitdecision
- de meningopinion
- het oneens zijnto disagree
- dat kloptthat's right
- ik zie het andersI see it differently
- overleggento discuss / consult
- de deadlinedeadline
- uitstellento postpone
- samenvattento summarise
Read more
Dutch at work: meetings, emails, calling in sick and borrels