Learn Dutch
B1 · Lesson 177 · Modern life

Parenting & generations

Talk about raising children, childcare and how things were different in the past.

Grammar

Vroeger: habits in the past

  • Use the simple past for habits and situations in the past: Vroeger speelden kinderen meer buiten.
  • Modal verbs in the past: mocht (was allowed), moest (had to), kon (could), wilde (wanted), hoefde (needed): Ik mocht nooit lang opblijven.
  • Vroeger at the start of the sentence means inversion: Vroeger waren mijn ouders erg streng.
  • Compare with today using tegenwoordig + present tense: Tegenwoordig mogen kinderen veel meer.
infinitiveik / jij / hijwij / jullie / zij
mogenmochtmochten
moetenmoestmoesten
kunnenkonkonden
willenwildewilden
hoevenhoefdehoefden
Vocabulary

12 new words

  • opvoeden
    to raise / bring up
  • de opvoeding
    upbringing
  • de kinderopvang
    childcare
  • de oppas
    babysitter
  • de kinderbijslag
    child benefit
  • de puber
    teenager / adolescent
  • grenzen stellen
    to set boundaries
  • streng
    strict
  • de schermtijd
    screen time
  • de generatie
    generation
  • tegenwoordig
    nowadays
  • de mantelzorg
    informal care (for a relative)