Learn Dutch
B1 · Lesson 131 · Expressing yourself

Reflexive verbs

Verbs with zich: feeling, remembering, getting dressed.

Grammar

Zich and its forms

  • Reflexive verbs use a pronoun that refers back to the subject: Ik voel me goed.
  • Some are always reflexive (zich vergissen, zich afvragen, zich schamen); others can be used both ways (Ik was de auto / Ik was me).
  • For emphasis or contrast, use mezelf, jezelf, zichzelf, onszelf: Ik zie mezelf in de spiegel.
subjectzich voelen
ikvoel me
jij / jevoelt je
uvoelt u / zich
hij / zij / hetvoelt zich
wijvoelen ons
jullievoelen je
zijvoelen zich
Vocabulary

12 new words

  • zich voelen
    to feel
  • zich vergissen
    to be mistaken
  • zich herinneren
    to remember
  • zich haasten
    to hurry
  • zich vervelen
    to be bored
  • zich verheugen op
    to look forward to
  • zich aankleden
    to get dressed
  • zich wassen
    to wash (oneself)
  • zich concentreren
    to concentrate
  • zich schamen
    to be ashamed
  • zich afvragen
    to wonder
  • zich ergeren aan
    to be annoyed by
Read more

Dutch personal pronouns: ik, jij, hij, zij and all the rest

Dutch reflexive verbs: zich, me, je and zichzelf