B1 · Lesson 152 · Speaking & writing well
Telling a story
Tell what happened to you — with suspense, a twist and an ending.
Grammar
Tenses and time words in a story
- Open and close a story in the perfect: Ik heb gisteren iets geks meegemaakt. … Het is gelukkig goed afgelopen.
- Tell the actual events in the simple past: Ik liep naar huis. Het regende. Plotseling hoorde ik een knal.
- Time words like plotseling, opeens, ineens, meteen, vervolgens, ondertussen, eindelijk often start the sentence, so the verb comes next: Opeens stond er een man voor me.
- Set the scene with op een dag (one day) and op dat moment (at that moment): Op dat moment ging mijn telefoon.
| part | tense | example |
|---|---|---|
| opening | perfect | Ik heb gisteren iets geks meegemaakt. |
| events | simple past | Opeens zag ik een hond op de weg. |
| ending | perfect | Het is gelukkig goed afgelopen. |
Vocabulary
12 new words
- plotselingsuddenly
- opeensall of a sudden
- ineensall at once / suddenly
- meteenimmediately / straight away
- vervolgensthen / next / subsequently
- ondertussenmeanwhile / in the meantime
- eindelijkfinally / at last
- op een dagone day
- op dat momentat that moment
- schrikkento get a fright / be startled
- verbaasdsurprised / amazed
- de afloopoutcome / ending
Read more