Learn Dutch
C1 · Lesson 239 · Meetings & leadership (C1)

Managing a team

Lead people in Dutch: delegate, steer, build support and hold people to account.

Grammar

Laten + infinitive: getting things done

  • Laten + infinitive means “to have / let someone do something”: Ik laat het team zelf beslissen. We laten de cijfers controleren door een externe partij.
  • In the perfect, laten does not become gelaten: you get a double infinitive. Ik heb het rapport laten herschrijven. (I had the report rewritten.) The same happens with modals: Ze heeft het niet kunnen afronden.
  • Verbs pile up at the end, with the finite verb usually first in a subclause: …omdat ik de planning heb laten aanpassen. Regret: Ik had het team zelf moeten laten beslissen. (I should have let the team decide.)
  • Laten weten (to let know) and laten zien (to show) are fixed: Laat het me even weten. Je hebt laten zien dat je dit kunt.
  • Leadership collocations: iemand aanspreken op zijn gedrag (to take someone to task), draagvlak creëren (to build support), de koers bepalen, verantwoordelijkheid dragen.
formexample
presentIk laat het team zelf beslissen.
simple pastIk liet de planning aanpassen.
perfectIk heb de planning laten aanpassen.
subclause…omdat ik de planning heb laten aanpassen.
regret (should have)Ik had het team zelf moeten laten beslissen.
Vocabulary

12 new words

  • delegeren
    to delegate
  • aansturen
    to manage / direct (people)
  • het draagvlak
    support / buy-in
  • bijsturen
    to adjust course / correct
  • iemand aanspreken op
    to take someone to task about
  • het eigenaarschap
    ownership (sense of responsibility)
  • verantwoordelijkheid dragen
    to bear responsibility
  • het mandaat
    mandate / authority
  • het knelpunt
    bottleneck / sticking point
  • prioriteren
    to prioritise
  • de koers bepalen
    to set the course
  • de taakverdeling
    division of tasks