Learn Dutch
C1 · Lesson 262 · Numbers, evidence & funding (C1)

Reading research critically

Question a study: correlation or cause, sample, bias and margin of error — and choose verbs that claim exactly as much as the data allow.

Grammar

Correlation or cause? Choosing the right verb

  • Association without a claim about cause: samenhangen met (to be related to), gepaard gaan met (to go hand in hand with), een correlatie vertonen met: Weinig slaap gaat vaak gepaard met overgewicht.
  • Cause: leiden tot, veroorzaken, het gevolg zijn van, toeschrijven aan (to attribute to): De daling wordt toegeschreven aan het nieuwe beleid. Only use these when the design allows it (e.g. with a controlegroep).
  • Zijn + te + infinitive usually means “can be …”: Het verschil is deels toe te schrijven aan leeftijd. (is partly attributable to) With a clause, use er + preposition: Dat hangt ermee samen dat …
  • Critical questions: Is de steekproef representatief? Is er sprake van vertekening? Wat is de foutmarge? Kan het verschil op toeval berusten? Zijn de resultaten generaliseerbaar?
  • Pin down the real issue with niet zozeer … als wel (not so much … as): Het probleem is niet zozeer de steekproef als wel de vraagstelling.
claimverbs
association onlysamenhangen met, gepaard gaan met, een correlatie vertonen met
causeleiden tot, veroorzaken, het gevolg zijn van
explanationtoeschrijven aan, te verklaren zijn uit
Vocabulary

12 new words

  • samenhangen met
    to be related to / associated with
  • gepaard gaan met
    to go hand in hand with
  • causaal
    causal
  • het oorzakelijk verband
    causal link
  • de correlatie
    correlation
  • representatief
    representative
  • de vertekening
    bias / distortion
  • de foutmarge
    margin of error
  • de controlegroep
    control group
  • voorbarig
    premature
  • generaliseerbaar
    generalisable
  • op toeval berusten
    to be down to chance