Learn Dutch
C2 · Lesson 297 · Idiom & heritage (C2)

Idioms from the sea

Speak like a seafaring nation: idioms of rudders, sails, quays and cliffs — with the right auxiliary.

Grammar

Nautical idioms and their perfect tense

  • A seafaring past left Dutch full of ship idioms: het roer omgooien (change course radically), overstag gaan (change one's mind, give in), bakzeil halen (back down), van wal steken (get going), alle hens aan dek (all hands on deck).
  • Idioms keep the auxiliary of their verb. Movement or change of state → zijn: Hij is overstag gegaan. Hun huwelijk is op de klippen gelopen. Het feest is uit de hand gelopen.
  • Transitive idioms take hebben: Ze heeft het roer omgegooid. De minister heeft bakzeil gehaald. Wie heeft een oogje in het zeil gehouden?
  • Separable verbs split as usual: Wij steken morgen van wal. Ze gooit het roer om. In a subclause they rejoin: …omdat ze het roer omgooit.
  • Tussen wal en schip vallen (also tussen schip en wal) is the typical Dutch way to say someone falls through the cracks of a system.
idiommeaningperfect
het roer omgooienchange course radicallyheeft omgegooid
overstag gaanchange one's mind, give inis overstag gegaan
bakzeil halenback downheeft bakzeil gehaald
op de klippen lopenfounder, failis op de klippen gelopen
van wal stekenget goingis van wal gestoken
Vocabulary

12 new words

  • overboord gooien
    to throw overboard / abandon
  • overstag gaan
    to change one's mind / give in
  • bakzeil halen
    to back down
  • tussen wal en schip vallen
    to fall through the cracks
  • op de klippen lopen
    to founder / break down
  • van wal steken
    to get going / start
  • alle hens aan dek
    all hands on deck
  • een oogje in het zeil houden
    to keep an eye on things
  • in hetzelfde schuitje zitten
    to be in the same boat
  • uit het roer lopen
    to get out of hand
  • de wind in de zeilen hebben
    to have the wind in one's sails
  • de bakens verzetten
    to adapt to changing times