B1 · Lesson 129 · Grammar in context
The passive
Focus on what happens, not who does it.
Grammar
Worden + past participle
- Present passive: worden + participle — Het huis wordt gebouwd. (is being built)
- Simple past: werd / werden — De brug werd in 1900 gebouwd.
- Perfect: zijn + participle (no geworden needed) — Het huis is verkocht.
- The doer is introduced with door: Het boek is door Anne Frank geschreven.
- Without a subject, use er: Er wordt veel gelachen. (There's a lot of laughing.)
Vocabulary
12 new words
- het nieuwsnews
- de krantnewspaper
- de regeringgovernment
- de wetlaw
- het onderzoekresearch / study
- de uitvindinginvention
- bouwento build
- ontdekkento discover
- uitvindento invent
- sluitento close
- geslotenclosed (participle)
- geschrevenwritten
Read more
Dummy het in Dutch: het regent, het is laat, het zijn mijn ouders
Participles as adjectives in Dutch: een gekookt ei, het gestolen geld
The Dutch passive voice: worden, zijn and er wordt