Learn Dutch
Verb conjugation

komen to come

Strongperfect with zijn
Infinitive
komen
Past (sing. / pl.)
kwam / kwamen
Past participle
gekomen
Imperative
kom!

Present

ikik kom
jij / jejij komt
uu komt
hij / zij / hethij komt
wij / wewij komen
julliejullie komen
zij / zezij komen
question with jijkom jij …?

Simple past

ikik kwam
jij / jejij kwam
uu kwam
hij / zij / hethij kwam
wij / wewij kwamen
julliejullie kwamen
zij / zezij kwamen

Present perfect

ikik ben gekomen
jij / jejij bent gekomen
uu bent gekomen
hij / zij / hethij is gekomen
wij / wewij zijn gekomen
julliejullie zijn gekomen
zij / zezij zijn gekomen

Past perfect

ikik was gekomen
jij / jejij was gekomen
uu was gekomen
hij / zij / hethij was gekomen
wij / wewij waren gekomen
julliejullie waren gekomen
zij / zezij waren gekomen

Future (zullen)

In speech, Dutch often uses the present or gaan + infinitive instead.

ikik zal komen
jij / jejij zult komen
uu zult komen
hij / zij / hethij zal komen
wij / wewij zullen komen
julliejullie zullen komen
zij / zezij zullen komen

Conditional (zou)

ikik zou komen
jij / jejij zou komen
uu zou komen
hij / zij / hethij zou komen
wij / wewij zouden komen
julliejullie zouden komen
zij / zezij zouden komen

Examples

More strong verbs

Learn the system

Dutch verb conjugation: the complete overview

How Dutch verbs are conjugated in every tense, with clear rules for stems, endings, weak and strong verbs, participles and u forms, plus full tables.