Learn Dutch
Verb conjugation

worden to become

Strongperfect with zijn
Infinitive
worden
Past (sing. / pl.)
werd / werden
Past participle
geworden
Imperative
word!

Present

ikik word
jij / jejij wordt
uu wordt
hij / zij / hethij wordt
wij / wewij worden
julliejullie worden
zij / zezij worden
question with jijword jij …?

Simple past

ikik werd
jij / jejij werd
uu werd
hij / zij / hethij werd
wij / wewij werden
julliejullie werden
zij / zezij werden

Present perfect

ikik ben geworden
jij / jejij bent geworden
uu bent geworden
hij / zij / hethij is geworden
wij / wewij zijn geworden
julliejullie zijn geworden
zij / zezij zijn geworden

Past perfect

ikik was geworden
jij / jejij was geworden
uu was geworden
hij / zij / hethij was geworden
wij / wewij waren geworden
julliejullie waren geworden
zij / zezij waren geworden

Future (zullen)

In speech, Dutch often uses the present or gaan + infinitive instead.

ikik zal worden
jij / jejij zult worden
uu zult worden
hij / zij / hethij zal worden
wij / wewij zullen worden
julliejullie zullen worden
zij / zezij zullen worden

Conditional (zou)

ikik zou worden
jij / jejij zou worden
uu zou worden
hij / zij / hethij zou worden
wij / wewij zouden worden
julliejullie zouden worden
zij / zezij zouden worden

Examples

More strong verbs

Learn the system

Dutch verb conjugation: the complete overview

How Dutch verbs are conjugated in every tense, with clear rules for stems, endings, weak and strong verbs, participles and u forms, plus full tables.