Verb conjugation
vergeten to forget
Strongperfect with hebben/zijn
- Infinitive
- vergeten
- Past (sing. / pl.)
- vergat / vergaten
- Past participle
- vergeten
- Imperative
- vergeet!
zijn when something has slipped your mind (ik ben zijn naam vergeten); hebben when you left something behind or forgot to do it (ik heb mijn paraplu vergeten).
Present
| ik | ik vergeet |
|---|---|
| jij / je | jij vergeet |
| u | u vergeet |
| hij / zij / het | hij vergeet |
| wij / we | wij vergeten |
| jullie | jullie vergeten |
| zij / ze | zij vergeten |
| question with jij | vergeet jij …? |
Simple past
| ik | ik vergat |
|---|---|
| jij / je | jij vergat |
| u | u vergat |
| hij / zij / het | hij vergat |
| wij / we | wij vergaten |
| jullie | jullie vergaten |
| zij / ze | zij vergaten |
Present perfect
Both auxiliaries are used — see the note above.
| ik | ik heb / ben vergeten |
|---|---|
| jij / je | jij hebt / bent vergeten |
| u | u hebt/heeft / bent vergeten |
| hij / zij / het | hij heeft / is vergeten |
| wij / we | wij hebben / zijn vergeten |
| jullie | jullie hebben / zijn vergeten |
| zij / ze | zij hebben / zijn vergeten |
Past perfect
| ik | ik had / was vergeten |
|---|---|
| jij / je | jij had / was vergeten |
| u | u had / was vergeten |
| hij / zij / het | hij had / was vergeten |
| wij / we | wij hadden / waren vergeten |
| jullie | jullie hadden / waren vergeten |
| zij / ze | zij hadden / waren vergeten |
Future (zullen)
In speech, Dutch often uses the present or gaan + infinitive instead.
| ik | ik zal vergeten |
|---|---|
| jij / je | jij zult vergeten |
| u | u zult vergeten |
| hij / zij / het | hij zal vergeten |
| wij / we | wij zullen vergeten |
| jullie | jullie zullen vergeten |
| zij / ze | zij zullen vergeten |
Conditional (zou)
| ik | ik zou vergeten |
|---|---|
| jij / je | jij zou vergeten |
| u | u zou vergeten |
| hij / zij / het | hij zou vergeten |
| wij / we | wij zouden vergeten |
| jullie | jullie zouden vergeten |
| zij / ze | zij zouden vergeten |
Examples
- Ik vergeet altijd zijn verjaardag. — I always forget his birthday.
- Ik ben haar naam vergeten. — I've forgotten her name.