Verb conjugation
vliegen to fly
Strongperfect with hebben/zijn
- Infinitive
- vliegen
- Past (sing. / pl.)
- vloog / vlogen
- Past participle
- gevlogen
- Imperative
- vlieg!
zijn when a destination is mentioned (we zijn naar Rome gevlogen); hebben for the activity itself (ik heb nog nooit gevlogen).
Present
| ik | ik vlieg |
|---|---|
| jij / je | jij vliegt |
| u | u vliegt |
| hij / zij / het | hij vliegt |
| wij / we | wij vliegen |
| jullie | jullie vliegen |
| zij / ze | zij vliegen |
| question with jij | vlieg jij …? |
Simple past
| ik | ik vloog |
|---|---|
| jij / je | jij vloog |
| u | u vloog |
| hij / zij / het | hij vloog |
| wij / we | wij vlogen |
| jullie | jullie vlogen |
| zij / ze | zij vlogen |
Present perfect
Both auxiliaries are used — see the note above.
| ik | ik heb / ben gevlogen |
|---|---|
| jij / je | jij hebt / bent gevlogen |
| u | u hebt/heeft / bent gevlogen |
| hij / zij / het | hij heeft / is gevlogen |
| wij / we | wij hebben / zijn gevlogen |
| jullie | jullie hebben / zijn gevlogen |
| zij / ze | zij hebben / zijn gevlogen |
Past perfect
| ik | ik had / was gevlogen |
|---|---|
| jij / je | jij had / was gevlogen |
| u | u had / was gevlogen |
| hij / zij / het | hij had / was gevlogen |
| wij / we | wij hadden / waren gevlogen |
| jullie | jullie hadden / waren gevlogen |
| zij / ze | zij hadden / waren gevlogen |
Future (zullen)
In speech, Dutch often uses the present or gaan + infinitive instead.
| ik | ik zal vliegen |
|---|---|
| jij / je | jij zult vliegen |
| u | u zult vliegen |
| hij / zij / het | hij zal vliegen |
| wij / we | wij zullen vliegen |
| jullie | jullie zullen vliegen |
| zij / ze | zij zullen vliegen |
Conditional (zou)
| ik | ik zou vliegen |
|---|---|
| jij / je | jij zou vliegen |
| u | u zou vliegen |
| hij / zij / het | hij zou vliegen |
| wij / we | wij zouden vliegen |
| jullie | jullie zouden vliegen |
| zij / ze | zij zouden vliegen |
Examples
- Ik vlieg morgen naar Londen. — I'm flying to London tomorrow.
- Ze is vorige week naar New York gevlogen. — She flew to New York last week.