Verb conjugation
zwemmen to swim
Strongperfect with hebben/zijn
- Infinitive
- zwemmen
- Past (sing. / pl.)
- zwom / zwommen
- Past participle
- gezwommen
- Imperative
- zwem!
zijn when a destination is mentioned (hij is naar de overkant gezwommen); hebben for the activity itself (ik heb een uur gezwommen).
Present
| ik | ik zwem |
|---|---|
| jij / je | jij zwemt |
| u | u zwemt |
| hij / zij / het | hij zwemt |
| wij / we | wij zwemmen |
| jullie | jullie zwemmen |
| zij / ze | zij zwemmen |
| question with jij | zwem jij …? |
Simple past
| ik | ik zwom |
|---|---|
| jij / je | jij zwom |
| u | u zwom |
| hij / zij / het | hij zwom |
| wij / we | wij zwommen |
| jullie | jullie zwommen |
| zij / ze | zij zwommen |
Present perfect
Both auxiliaries are used — see the note above.
| ik | ik heb / ben gezwommen |
|---|---|
| jij / je | jij hebt / bent gezwommen |
| u | u hebt/heeft / bent gezwommen |
| hij / zij / het | hij heeft / is gezwommen |
| wij / we | wij hebben / zijn gezwommen |
| jullie | jullie hebben / zijn gezwommen |
| zij / ze | zij hebben / zijn gezwommen |
Past perfect
| ik | ik had / was gezwommen |
|---|---|
| jij / je | jij had / was gezwommen |
| u | u had / was gezwommen |
| hij / zij / het | hij had / was gezwommen |
| wij / we | wij hadden / waren gezwommen |
| jullie | jullie hadden / waren gezwommen |
| zij / ze | zij hadden / waren gezwommen |
Future (zullen)
In speech, Dutch often uses the present or gaan + infinitive instead.
| ik | ik zal zwemmen |
|---|---|
| jij / je | jij zult zwemmen |
| u | u zult zwemmen |
| hij / zij / het | hij zal zwemmen |
| wij / we | wij zullen zwemmen |
| jullie | jullie zullen zwemmen |
| zij / ze | zij zullen zwemmen |
Conditional (zou)
| ik | ik zou zwemmen |
|---|---|
| jij / je | jij zou zwemmen |
| u | u zou zwemmen |
| hij / zij / het | hij zou zwemmen |
| wij / we | wij zouden zwemmen |
| jullie | jullie zouden zwemmen |
| zij / ze | zij zouden zwemmen |
Examples
- Ik zwem twee keer per week. — I swim twice a week.
- We hebben in de zee gezwommen. — We swam in the sea.