Learn Dutch
Verb conjugation

proberen to try

Regular (weak)perfect with hebben
Infinitive
proberen
Past (sing. / pl.)
probeerde / probeerden
Past participle
geprobeerd
Imperative
probeer!

Present

ikik probeer
jij / jejij probeert
uu probeert
hij / zij / hethij probeert
wij / wewij proberen
julliejullie proberen
zij / zezij proberen
question with jijprobeer jij …?

Simple past

ikik probeerde
jij / jejij probeerde
uu probeerde
hij / zij / hethij probeerde
wij / wewij probeerden
julliejullie probeerden
zij / zezij probeerden

Present perfect

ikik heb geprobeerd
jij / jejij hebt geprobeerd
uu hebt/heeft geprobeerd
hij / zij / hethij heeft geprobeerd
wij / wewij hebben geprobeerd
julliejullie hebben geprobeerd
zij / zezij hebben geprobeerd

Past perfect

ikik had geprobeerd
jij / jejij had geprobeerd
uu had geprobeerd
hij / zij / hethij had geprobeerd
wij / wewij hadden geprobeerd
julliejullie hadden geprobeerd
zij / zezij hadden geprobeerd

Future (zullen)

In speech, Dutch often uses the present or gaan + infinitive instead.

ikik zal proberen
jij / jejij zult proberen
uu zult proberen
hij / zij / hethij zal proberen
wij / wewij zullen proberen
julliejullie zullen proberen
zij / zezij zullen proberen

Conditional (zou)

ikik zou proberen
jij / jejij zou proberen
uu zou proberen
hij / zij / hethij zou proberen
wij / wewij zouden proberen
julliejullie zouden proberen
zij / zezij zouden proberen

Examples

More regular (weak) verbs

Learn the system

Dutch verb conjugation: the complete overview

How Dutch verbs are conjugated in every tense, with clear rules for stems, endings, weak and strong verbs, participles and u forms, plus full tables.