Verb conjugation
uitnodigen to invite
Regular (weak)perfect with hebbenseparable: uit + nodigen
- Infinitive
- uitnodigen
- Past (sing. / pl.)
- nodigde uit / nodigden uit
- Past participle
- uitgenodigd
- Imperative
- nodig uit!
Present
| ik | ik nodig uit |
|---|---|
| jij / je | jij nodigt uit |
| u | u nodigt uit |
| hij / zij / het | hij nodigt uit |
| wij / we | wij nodigen uit |
| jullie | jullie nodigen uit |
| zij / ze | zij nodigen uit |
| question with jij | nodig jij … uit? |
Simple past
| ik | ik nodigde uit |
|---|---|
| jij / je | jij nodigde uit |
| u | u nodigde uit |
| hij / zij / het | hij nodigde uit |
| wij / we | wij nodigden uit |
| jullie | jullie nodigden uit |
| zij / ze | zij nodigden uit |
Present perfect
| ik | ik heb uitgenodigd |
|---|---|
| jij / je | jij hebt uitgenodigd |
| u | u hebt/heeft uitgenodigd |
| hij / zij / het | hij heeft uitgenodigd |
| wij / we | wij hebben uitgenodigd |
| jullie | jullie hebben uitgenodigd |
| zij / ze | zij hebben uitgenodigd |
Past perfect
| ik | ik had uitgenodigd |
|---|---|
| jij / je | jij had uitgenodigd |
| u | u had uitgenodigd |
| hij / zij / het | hij had uitgenodigd |
| wij / we | wij hadden uitgenodigd |
| jullie | jullie hadden uitgenodigd |
| zij / ze | zij hadden uitgenodigd |
Future (zullen)
In speech, Dutch often uses the present or gaan + infinitive instead.
| ik | ik zal uitnodigen |
|---|---|
| jij / je | jij zult uitnodigen |
| u | u zult uitnodigen |
| hij / zij / het | hij zal uitnodigen |
| wij / we | wij zullen uitnodigen |
| jullie | jullie zullen uitnodigen |
| zij / ze | zij zullen uitnodigen |
Conditional (zou)
| ik | ik zou uitnodigen |
|---|---|
| jij / je | jij zou uitnodigen |
| u | u zou uitnodigen |
| hij / zij / het | hij zou uitnodigen |
| wij / we | wij zouden uitnodigen |
| jullie | jullie zouden uitnodigen |
| zij / ze | zij zouden uitnodigen |
In a subordinate clause the prefix stays attached: …dat ik uitnodigen → see separable verbs.
Examples
- Ik nodig je uit voor mijn verjaardag. — I'm inviting you to my birthday party.
- Ze hebben ons voor de bruiloft uitgenodigd. — They've invited us to the wedding.