Verb conjugation
zich voorstellen to introduce oneself; to imagine (zich voorstellen)
Regular (weak)perfect with hebbenseparable: voor + stellenreflexive
- Infinitive
- voorstellen
- Past (sing. / pl.)
- stelde voor / stelden voor
- Past participle
- voorgesteld
- Imperative
- stel je voor!
Present
| ik | ik stel me voor |
|---|---|
| jij / je | jij stelt je voor |
| u | u stelt zich voor |
| hij / zij / het | hij stelt zich voor |
| wij / we | wij stellen ons voor |
| jullie | jullie stellen je voor |
| zij / ze | zij stellen zich voor |
| question with jij | stel jij je … voor? |
Simple past
| ik | ik stelde me voor |
|---|---|
| jij / je | jij stelde je voor |
| u | u stelde zich voor |
| hij / zij / het | hij stelde zich voor |
| wij / we | wij stelden ons voor |
| jullie | jullie stelden je voor |
| zij / ze | zij stelden zich voor |
Present perfect
| ik | ik heb me voorgesteld |
|---|---|
| jij / je | jij hebt je voorgesteld |
| u | u hebt/heeft zich voorgesteld |
| hij / zij / het | hij heeft zich voorgesteld |
| wij / we | wij hebben ons voorgesteld |
| jullie | jullie hebben je voorgesteld |
| zij / ze | zij hebben zich voorgesteld |
Past perfect
| ik | ik had me voorgesteld |
|---|---|
| jij / je | jij had je voorgesteld |
| u | u had zich voorgesteld |
| hij / zij / het | hij had zich voorgesteld |
| wij / we | wij hadden ons voorgesteld |
| jullie | jullie hadden je voorgesteld |
| zij / ze | zij hadden zich voorgesteld |
Future (zullen)
In speech, Dutch often uses the present or gaan + infinitive instead.
| ik | ik zal me voorstellen |
|---|---|
| jij / je | jij zult je voorstellen |
| u | u zult zich voorstellen |
| hij / zij / het | hij zal zich voorstellen |
| wij / we | wij zullen ons voorstellen |
| jullie | jullie zullen je voorstellen |
| zij / ze | zij zullen zich voorstellen |
Conditional (zou)
| ik | ik zou me voorstellen |
|---|---|
| jij / je | jij zou je voorstellen |
| u | u zou zich voorstellen |
| hij / zij / het | hij zou zich voorstellen |
| wij / we | wij zouden ons voorstellen |
| jullie | jullie zouden je voorstellen |
| zij / ze | zij zouden zich voorstellen |
In a subordinate clause the prefix stays attached: …dat ik voorstellen → see separable verbs.
Examples
- Mag ik me even voorstellen? Ik ben Anna. — May I introduce myself? I'm Anna.
- Ik had me de stad heel anders voorgesteld. — I had imagined the city very differently.